Manager als Top Coach

De Olympische Spelen zijn in volle gang. Miljoenen zitten aan de buis gekluisterd. Wat mij opvalt en aanspreekt is de innige relatie tussen topsporter en coach. Een relatie die de laatste jaren een stille psychologische revolutie heeft doorgemaakt. De bazige bullebak die staat te drillen, disciplineren en dwingen maakt steeds meer plaats voor een positieve benadering. Het blijkt dat voor een optimale persoonlijke ontwikkeling het draait om persoonlijke relaties, zelfbeschikking en positief motiveren.

Persoonlijke relatie(s)
Van wie wil iemand meer leren en loopt hij of zij harder? Een afstandelijk en onverschillig coach of een innemende en betrokken coach? Het antwoord is duidelijk. Kwetsbaarheid tonen is gewoon mens zijn. Een topcoach laat emoties zien, geeft inkijk in de eigen belevingswereld en leeft mee met mislukkingen en successen. En dit gaat verder dan de relatie tussen coach en sporter. De sociale omgang met teamgenoten en andere sporters is cruciaal voor het geloof in eigen kunnen om grenzen te verleggen. Het is aan de sporter om zich te verbinden aan anderen, zodat sporters elkaar kunnen aanspreken, steunen en ter verantwoording roepen.

Zelfbeschikking
Zorgen dat een sporter een hand heeft in keuzes en beslissingen werpt zijn vruchten af. Het zelfvertrouwen en de toewijding om keihard te trainen nemen hierdoor toe. Een sporter moet zelf kunnen bepalen wat wel en wat niet te doen bij tegenslag, ziekte en blessures. Hij of zij is immers baas over zichzelf. De eigen regie voeren als het op fysieke, emotionele en sociale uitdagingen aankomt is wel iets dat een sporter moet leren. Een schone taak weggelegd voor de coach. Onder meer door ruimte te geven voor initiatief en de beslissingen van de sporter te respecteren met als doel dat de sporter stevig op eigen benen komt te staan.

Positief motiveren
Gedrag wordt grotendeels gestuurd door intrinsieke motivatie. Het is aan de coach om dit te stimuleren. Door het geven van positieve aanwijzingen en het prijzen van inzet. Het blijkt dat positief aanmoedigen en complimenten geven stress verlaagd; een serieus probleem bij presteren onder hoge druk. Ook humor doet wonderen. De coach reageert bedachtzaam op vragen en communiceert glashelder over verwachtingen en handelingen. De focus ligt op het uitbouwen van sterktes en compenseren van zwaktes. Iets wat de sporter niet ligt wordt zelden veel beter met aandacht. Van buitenaf achter de vodden aan zitten wekt slechts weerstand op. Motiveren is dus vooral de kunst van niet demotiveren. Negeren, de sporter afvallen en geen oog hebben voor inzet is dodelijk voor de motivatie.

Is deze positieve benadering ook zinvol voor managers? Dat hangt af van hoe je tegen het bestaansrecht van de manager aankijkt. Voor mij is dat simpel: ‘Een manager is er om te zorgen dat medewerkers het maximale uit zichzelf halen.’ Daar hoort deze aanpak bij. Het past bij professionals die vastberaden een ijzeren wil tonen om zichzelf te ontwikkelen. Bij andere zienswijzen op management en professionals ligt de controlebenadering meer voor de hand. Dat is een meer autoritaire aanpak van afhankelijk maken, negatieve feedback en ongelijkwaardige relaties. In topsport is dit steeds meer old school.

Zijn of continu in wording?  

UA-25786251-1